Op de dag dat ik in mijn eentje wilde vertrekken, stond Frau Emmer aan de wal. Ze wilde schoonmaken. Ik zei: “Straks vaar ik weg, dus ik hoef geen schoonmaak. Ik ben alleen en ik blijf alleen. En het schip is schoon en blijft schoon.”
De Vluggetellingen riepen ineens: “We zijn thuis!!” Ze herkenden de haven van de plaats waar iedereen boos op elkaar was. We zagen vlaggen en vrolijke kleuren. Op het strand dansten kinderen, samen met de vissen die alle ruzies hadden opgelost.
Ik ben geboren omdat iemand mij vouwde. Er zijn mensen
die dat kunnen. Om van papierboot naar passagiersboot te groeien, moest ik vele
examens doen.
Ik werd een rubberboot door 2 keer door de sluizen te
varen. Vervolgens kon ik een zeilboot worden, maar dan moest ik 5 keer door de
sluizen heen en weer. De volgende stap was de plezierboot met motor. En dat was
plezier! Ik deed het zo goed, dat ik het vissersboot-examen mocht overslaan. En
toen de stap naar het passagiersschip: 20 keer door de sluizen! En ik ben
geslaagd.
Het was 10 dagen nadat de duif het goede nieuws aan boord had verteld, toen ik in de verte ijsschotsen met pinguïns zag. Ze zwaaiden en leken ongerust. “Help, help! Het water wordt steeds warmer! Onze ijsschotsen smelten. Straks hebben we geen ijs meer onder onze voeten.”
"Waarom dragen jullie een koptelefoon?" vroeg ik.
"We hebben last van je lawaai," zei een dansende vis. "Onze vinnen zijn te klein om onze oren te beschermen!"
"Ik ben een zwemmer," zei ze. "Ik zie geen
gevaar."
"Waar ga je heen?" vroeg ik.
"Naar de overkant!" zei ze.
"Maar er is geen overkant," fluisterde ik. "De zee eindigt of
begint ergens."
"Jawel, hoor!" riep ze. "Als ik de overkant haal, krijg ik heel
veel geld. Daarvan koop ik 100 bedden voor een ziekenhuis dat geen bedden
heeft!"
Ze zwaaide en zwom verder.
No comments:
Post a Comment