illustraties

Impressie van de illustraties (in willekeurige volgorde)


Op de dag dat ik in mijn eentje wilde vertrekken, stond Frau Emmer aan de wal. Ze wilde schoonmaken. Ik zei: “Straks vaar ik weg, dus ik hoef geen schoonmaak. Ik ben alleen en ik blijf alleen. En het schip is schoon en blijft schoon.” 


De Vluggetellingen riepen ineens: “We zijn thuis!!” Ze herkenden de haven van de plaats waar iedereen boos op elkaar was. We zagen vlaggen en vrolijke kleuren. Op het strand dansten kinderen, samen met de vissen die alle ruzies hadden opgelost.


Ik ben geboren omdat iemand mij vouwde. Er zijn mensen die dat kunnen. Om van papierboot naar passagiersboot te groeien, moest ik vele examens doen.

Ik werd een rubberboot door 2 keer door de sluizen te varen. Vervolgens kon ik een zeilboot worden, maar dan moest ik 5 keer door de sluizen heen en weer. De volgende stap was de plezierboot met motor. En dat was plezier! Ik deed het zo goed, dat ik het vissersboot-examen mocht overslaan. En toen de stap naar het passagiersschip: 20 keer door de sluizen! En ik ben geslaagd. 






Frau Emmer sloot zich daarna op in het ruim en bleef dagen oefenen met alle letters.


“Ik wil liever een witte hond met zwarte vlekken,” zei het meisje.
Frau Emmer schudde haar hoofd. “Jammer dat ik je hond niet kan wassen,” zei ze. “Mijn zeepwater is al op.”
“Nee hoor,” zei het meisje. “Mijn hond is schoon. Ik zoek witte verf met zwarte vlekken, zodat ik hem kan schilderen.”


Het was 10 dagen nadat de duif het goede nieuws aan boord had verteld, toen ik in de verte ijsschotsen met pinguïns zag. Ze zwaaiden en leken ongerust. 
“Help, help! Het water wordt steeds warmer! Onze ijsschotsen smelten. Straks hebben we geen ijs meer onder onze voeten.”


 “Ik ben niet blij met mezelf. Ik ben te hard. Ik voel me niet fijn. Eigenlijk ben ik iemand anders vanbinnen, maar ik krijg de rits niet open…”Frau Emmer pakte haar grote schaar.
“Kom,” zei ze lief, “we knippen eerst die grote kuif eraf. Dan zie je er alvast anders uit. Daarna kijken we samen hoe we die kapotte rits kunnen maken. Ik ben benieuwd wie jij vanbinnen bent.”


Maar eerst moesten we een groot stuk plastic aan boord halen. Het dreef op het water.
Frau Emmer zei: “Plastic hoort niet in de zee.” 


Ondertussen schrokken ook de dansende vissen van mijn getoeter!
"Waarom dragen jullie een koptelefoon?" vroeg ik.
"We hebben last van je lawaai," zei een dansende vis. "Onze vinnen zijn te klein om onze oren te beschermen!"






En zo kwam het dat de pinguïns er met onze koelkast vandoor gingen…
Ik dacht: “We hebben weer een probleem opgelost.”


"Ik ben een zwemmer," zei ze. "Ik zie geen gevaar."
"Waar ga je heen?" vroeg ik.
"Naar de overkant!" zei ze.
"Maar er is geen overkant," fluisterde ik. "De zee eindigt of begint ergens."
"Jawel, hoor!" riep ze. "Als ik de overkant haal, krijg ik heel veel geld. Daarvan koop ik 100 bedden voor een ziekenhuis dat geen bedden heeft!"

Ze zwaaide en zwom verder.


















 

No comments:

Post a Comment